
Vlakbij de Aa, in het weiland naast het fietspad verschijnt een kunstig gevlochten houten poort van 6 meter hoog en 11 meter breed. Balkjes van in ons eigen land groot geworden bomen zijn met pen-en-gatverbindingen verbonden met dikke, kromme stammetjes.
Vlakbij die poort, aan het fietspad, staat een natuurhouten bank, die uitnodigt om te zitten én te lezen. Want in de zitting van de bank heeft Pilz een gedicht uitgefreesd:
Hier begin ik, bij de Aa
Linea recta glijd jij langs kant en wal
In je stromen huist de droom
Van wild meanderend altijd onderweg zijn
eens een witte wolk – straks de brede zee
De oceaan, o Aa, woont in jou en mij
Voor haar ‘Hier begin ik bij de Aa’ heeft Hester Pilz zich laten inspireren door de rivier die vlakbij Veghels Buiten stroomt. Een rivier, die gekanaliseerd in een keurslijf droomt van een vrij meanderend bestaan. Een almaar stromende Aa, altijd in beweging, continue in verandering. Het zuiverste en sprekendste voorbeeld van het thema waarmee Pilz aan de slag ging: transformatie.